Tijdschrift voor huisarts en automatisering
WDH-pilot van superkoploper Twente vordert in slakkengang
Gerda Mensink-van den Boom

epd index Het digitale tijdperk: gevolgen voor de praktijkvoering

 

Afgelopen zomer was er nog twijfel. Wel of niet doorgaan als superkoploper met het testen van het WDH (waarneemdossier huisartsen) en het LSP (landelijke schakelpunt) in Twente? Er waren te veel onopgeloste problemen, vooral op de huisartsenpost. Uiteindelijk is ervoor gekozen om door te gaan. Bert Sanders, huisarts in Glanerbrug en lid van de stuurgroep ICT, vertelt over het waarom en de stand van zaken.1,2

‘Een groot probleem waren de instabiele UZI-passen. Daardoor werden de assistentes om de haverklap uitgelogd. Met een enorme verstoring van de dagelijkse routines als gevolg. Dankzij een taskforce van VWS is dat goed gekomen. Ruim voor de go- or no-godatum van 1 november 2007 zijn de passen vervangen door snellere exemplaren en is de software aangepast. De assistentes werken vanaf dat moment met goede en snelle passen en het systeem is redelijk stabiel. Echt een vooruitgang. Ook aan alle andere issues werd inmiddels serieus gewerkt en daarom hebben we besloten om door te gaan.’

KNELPUNTEN‘Die andere zaken zijn voor ons dagelijks werk niet meer echt relevant maar moeten op termijn – en zeker voordat er sprake kan zijn van een landelijke uitrol – wel opgelost zijn. Er zijn bijvoorbeeld enkele technische zaken die spelen tussen leveranciers en VWS en die betrekking hebben op de verschillen in de testomgeving en de praktijk.

Een heikel punt vind ik zelf dat het aanvragen van een UZI-pas een enorm ingewikkelde en bureaucratische klus is. Het is eenvoudiger om een paspoort te bemachtigen dan een UZI-pas. Het is ondenkbaar dat op deze manier alle 8400 huisartsen en zesduizend praktijken in Nederland aan hun UZI-passen moeten komen. Dat kost veel te veel tijd en ergernis. Op onze tussentijdse lijst met verbeterpunten gaan er veel over die procedure. Alle betrokkenen zijn zich ervan bewust dat het anders moet. Er zijn plannen om de informatie over de gang van zaken te verbeteren en er wordt gezocht naar alternatieve mogelijkheden voor de identiteitsvaststelling en de uitgiften van het UZI-register.’

Een ander probleem is het aantal UZI-passen. In de pilot werken huisartsen met verschillende UZI-passen: een voor de eigen praktijk en een andere voor de HAP. ‘NICTIZ heeft dat goed opgepakt. Aan het eind van 2008 wordt een andere wijze van authenticatie toegepast, de zogenaamde digital signing. Dan kun je met één pas op verschillende werkplekken werken. Bijvoorbeeld als waarnemer in verschillende praktijken, of in je eigen praktijk, in het verpleeghuis en op de HAP.’

Mandatering was ook een van de punten. ‘In feite zou je elke keer weer alle assistentes op een HAP een mandaat moeten geven, zodat ze voor jou mogen werken. LHV, NHG en VHN (Vereniging Huisartsen-posten Nederland) buigen zich samen over de werkafspraken die nodig zijn om dat op te lossen en zorgen tevens voor een juridische toetsing.'

Bert Sanders en ook de andere stuurgroepleden zijn blij met de betrokkenheid van de landelijke organisaties en van de LHV in het bijzonder: 'De LHV heeft het onderhandelingsproces over de financiering voor het op peil brengen van de registratie in gang gezet. Dat is ook noodzakelijk, want als je op deze manier gegevens wilt uitwisselen, moet dat aspect ook de aandacht krijgen. Het eerste bedrag is er, dus we komen op den duur wel ergens.’

REGISTREREN BLIJFT AANDACHT VRAGEN‘De kwaliteit van het werk op de huisartsenpost staat of valt met de kwaliteit van de elektronische dossiers. We blijven daarom aandacht vragen voor de ADEPD-richtlijn. Die moet worden geëvalueerd en bijgeschaafd. Dit actiepunt ligt bij NICTIZ en NHG. Ondertussen werkt het NIVEL aan een EPD-scan. Daarmee heb je als huisarts een instrument om de kwaliteit van het registreren te toetsen. Een model zou kunnen zijn om die EPD-scan in te zetten als nulmeting. Daarna organiseren we opnieuw cursussen Registreren volgens de ADEPD-richtlijn. En met een nieuwe EPD-scan meten we of het registeren inderdaad op een hoger niveau is getild.’

De pilot wordt enigszins verbreed. Er komen twaalf praktijken bij, naast de vijf die vanaf het begin meedoen. Daardoor kunnen er meer patiëntendossiers via het LSP worden opgevraagd en meer waarneemretourberichten via het LSP worden verstuurd naar de dossierhoudende huisartsen. Dat levert dus meer materiaal op als bron van onderzoek en lering.

‘Wij hebben inmiddels een groot aantal dingen in het hele proces boven water gekregen en benoemd. Vanaf nu leveren we voornamelijk materiaal waarmee anderen aan de slag gaan. We werken gewoon door, want die gegevens worden onder water aangeleverd. Volgens ons monitoringplan gaan de cijfers elke week naar alle sleutelfiguren – VWS, NICTIZ, LHV, leveranciers –, zodat zij permanent inzage krijgen in de LSP-rondjes die zijn gemaakt. En degene die niet zijn gemaakt, maar wel gemaakt hadden moeten worden. De analyse van fouten en oorzaken is waardevol voor de voortgang van het proces en voor het oplossen van de problemen. De strubbelingen die zich voor-doen zijn heel divers en spelen zich af op verschillende niveaus. Als een BSN (burgerservicenummer) bijvoorbeeld niet opgevraagd kan worden, stopt het proces. Vaak mislukt een LSP-rondje om voor ons duistere redenen.’

GETRAPT TRAJECTAan de pilot werken tot op dit moment alleen Promedico ASP-gebruikers mee. Pogingen om andere HISsen erin te betrekken zijn nog niet gelukt. De gesprekken met Medicom zijn vastgelopen op de financiële middelen die nodig zijn om dat HIS klaar te maken voor het LSP. In andere regio's zijn inmiddels wel deelprojecten gestart. In Nijmegen bijvoorbeeld wordt geëxperimenteerd met de BSN’s.

‘Eerlijk gezegd denken wij dat dat de beste manier is. Stap voor stap op weg naar het LSP. Dan is veel duidelijker wat er gebeurt en waar de knelpunten zitten. Ga eerst maar eens experimenten met het BSN. En als dat probleemloos verloopt vraag je een handvol UZI-passen aan. En zo bouw je langzaam aan de totale keten. In onze pilot testen we van alles tegelijk. Hoe een BSN wordt opgehaald, hoe je het LSP moet benaderen, het werken met UZI-passen enzovoort. Dat maakt het veel ingewikkelder.’

LANDELIJKE HORIZON‘Als ik zie hoe druk men er nog mee bezig is, en hoeveel er nog moet gebeuren op allerlei niveaus, dan zie ik nog geen landelijke uitrol in het verschiet, laat staan een landelijk EPD. Als er weer iets nieuws komt – vooral onverwacht – dan moet er weer eindeloos worden getest. Het hangt ook af van de andere HISsen. Die moeten aanpassingen doorvoeren en het testtraject doorlopen voordat ze klaar zijn voor de landelijke infrastructuur. Je bent zo weer een jaar verder. En als je wilt dat huisartsen en HAP's meedoen moet er echt een geolied aanbod zijn. Appeltje eitje, bij wijze van spreken. Met een goed draaiboek en het bewijs dat je een overstap naar LSP met alles erop en eraan in

no time kunt realiseren. Ook daarvoor worden al wel stappen gezet, overigens. De twaalf praktijken die binnenkort mee gaan doen aan de pilot krijgen in vergelijking met de pioniers al een gestroomlijnd aanbod: een totaalpakket. De praktijken worden begeleid door hun HIS-leverancier. Die heeft een draaiboek gemaakt, bezoekt elke praktijk en inventariseert wat nodig is om te kunnen communiceren via het LSP. Die installeert zaken als de UZI-kaartlezer en geeft instructies aan alle medewerkers. Bij de landelijke uitrol is het een must om ervoor te zorgen dat de overgang soepel verloopt zonder de dagelijkse zorg te verstoren.’

EIND IN ZICHT‘Wij sluiten waarschijnlijk nog in de eerste helft van 2008 de pilot af. Alle zaken die getest moesten worden zijn dan de revue gepasseerd. We blijven testmateriaal leveren en wachten de landelijke ontwikkelingen af. Ondertussen werken we aan de kwaliteit van de dossiers, zoals we ook al deden voordat we aan de pilot begonnen. We zullen ook aandacht besteden aan de professionele samenvatting. Want meer en meer mensen stellen daar vragen over. Waarom zie ik de correspondentie niet? Of: ik kan de uitslagen niet bekijken, en dat was toch wel handig geweest. Dat zijn voor ons de speerpunten van de nabije toekomst.’

Wilt u reageren?
Gerda Mensink-van den Boom, e-mail : tweespraak - AT - tiscali.nl

LITERATUUR

1.Lugt J van der, Mensink G. Tweesporenbeleid in koploperregio Twente. SynthesHis 2006;4(5):4-7.
2.Mensink G. WDH in superkoploper Twente: een expe-riment vol ups en downs. SynthesHis 2007;3(6):8-9.

naar boven

");