Tijdschrift voor huisarts en automatisering
HIS aanpassen aan de wensen van de huisartsen
Paul Habets, huisarts en vice-voorzitter Landelijke Huisartsen Vereniging

hethis index Column - De prijs van privacy

 

De toekomst van de HISsen? Hoe komen HISsen tot betere ondersteuning van het werk van huisartsen? En wie moet daar wat voor doen? In SynthesHis is de discussie daarover losgebarsten. Redacteur Lou Braaksma gaf de voorzet.1 Hij pleitte voor een revolutie: een compleet nieuw HIS omdat de huidige HISsen niet kunnen voldoen aan de eisen die eraan worden gesteld. NedHis-voorzitter Menno Riemeijer stelde daar tegenover dat een evolutie op basis van de huidige HISsen tot snellere en betere resultaten leidt.2 HIS-pionier en -coryfee Jur Kingma maakte een scherpe analyse en introduceerde het business-model van de januskop.3 Het woord is deze keer aan Paul Habets, die als vice-voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging ICT in zijn portefeuille heeft.

In 25 jaar heeft het gemiddelde HIS zich ontwikkeld van een declaratiemodule tot een elektronisch medisch dossier voor de huisarts. Het wordt nu tijd voor een nieuwe fase, want de bedrijfseconomische en communicatieve vaardigheden van menig HIS blijven achter bij de wensen (en noden) van de beroepsgroep. De ontstaansgeschiedenis laat nog steeds haar sporen na in de huidige verschijning van het HIS: declareren en medische verslaglegging en dat laatste ook nog vanuit een wetenschappelijke invalshoek. Zou de huisarts in het veld op het idee zijn gekomen om iedere regel in ICPC-termen weer te geven? De dagelijkse gebruiker heeft zich nimmer heel sterk kunnen ontplooien als krachtige wederpartij van de leveranciers. Iedere gebruikersvereniging heeft voor grote veranderingen de rugdekking nodig van een landelijk ICT-beleid dat gedragen wordt door de beroepsgroep. Dat beleid kan de individuele gebruiker met zijn gebruikersvereniging niet formuleren, daar dient de LHV in te voorzien. Vergelijk het met een auto: je kunt als chauffeur wensen hebben ten aanzien van comfort en prijs, maar de eis dat een auto milieuvriendelijker moet worden, moet op een ander niveau aangegeven worden. En het principe: ‘If it ain’t broken, don’t fix it’ geldt ook in de huisartsenpraktijk.

Paul Habets
Paul Habets

CONSUMENTENOORDEELInmiddels is het tijdperk dat huisartsen niet van HIS willen veranderen wel voorbij. En dat is maar goed ook! Kingma stelt terecht dat zeker de aankomende groep huisartsen niet gebakken zit aan één merk, maar hecht aan functionaliteit. Ik hoop dat dit niet slechts een eigenschap is van de jonge, maar ook van de al langer praktiserende huisarts. Beoordeel uw HIS op basis van wat het doet en niet op wat het belooft. Daarom staat het vergelijken van HISsen op gebruiksniveau als een van de drie speerpunten in het ICT-beleid van de LHV geformuleerd. Leden van de LHV zullen tweejaarlijks een ledenpeiling ontvangen, waarin zij de functionaliteit van het gebruikte HIS moeten scoren. Door het publiceren van die gegevens komt er van ieder product een overzicht à la de Consumenten-bond, zodat de potentiële koper weet wat voor waar hij krijgt voor zijn geld. De LHV wordt bij het verwezenlijken van dit beleid uitstekend bijgestaan door de gebruikersverenigingen, de leden van de LHV-beleidsadviescommissie ICT (BAC-ICT) en het NHG.

KOERS AANGEVENJe komt nooit aan als je niet weet waar je naartoe wilt. Het vaststellen van de koers is de tweede pijler van het ICT-beleid van de LHV. Bij het bepalen daarvan is niet de hoe-vraag (één HIS of vijf?) belangrijk, maar het ‘waarheen’. Juist door te zeggen waar je wilt komen, worden leveranciers uitgedaagd te bedenken waarmee de klant het best geholpen is. De leverancier die dat niet doet, zal zijn product niet lang meer verkopen.

Met de BAC-ICT is het afgelopen jaar vastgesteld wat de prioriteiten op korte en langere termijn zijn. In december 2007 is daarover met de ledenraad LHV gesproken en op 15 januari jongstleden zijn die prioriteiten in aanwezigheid van leveranciers, gebruikersverenigingen, NHG, VHN, ZN en kringbestuurders uiteengezet. Anders dan Kingma kiest de LHV niet voor één HIS. Wij laten het graag aan de leveranciers over om te bepalen hoe zij de prioriteiten van de beroepsgroep gaan uitvoeren. Daarbij bemoeien wij ons niet met de vraag of ieder HIS nieuwe functionaliteiten zélf gaat inbouwen, dan wel applicaties door externe leveranciers laat bouwen en die via een interface koppelt. Hoewel ik persoonlijk denk dat in dit laatste de toekomst zit, moeten de marktpartijen zelf maar verzinnen hoe ze aan de wensen van de klant kunnen voldoen en tegen welke prijs dat gebeurt. De eerste, koppelbare externe applicatie (declaratiemodule) heeft bij de intrede van de Zorgverzekeringswet het daglicht al gezien. De kans dat verschillende leveranciers elkaar opzoeken om de steeds ingewikkelder vragen gezamenlijk en daarmee tegen een goede prijs op te lossen, acht ik groot.

VAN HIS NAAR EISZowel Braaksma, Riemeijer als Kingma buigt zich over de vraag ‘hoe komen de HISsen verder?’ Kingma gaat uit van twee kenmerken van de huisartsgeneeskunde: de medischinhoudelijke en de bedrijfseconomische. Ik voeg daar in het kader van de ICT een essentiële andere kolom aan toe: die van de ‘communicatieve’. Als er iets is waar HISsen meer in moeten gaan presteren, is het de externe communicatie. Het HIS moet zich de komende vijf jaar vooral zien te ontwikkelen tot een Extern Informatie Systeem (EIS). Het gaat om communicatie met de huisartsenpost, het ziekenhuis of de apotheek (medische inhoud), met de zorgverzekeraar (declaratie en transparantie) en met de patiënt (e-mail, afspraken, dossierinzage). In de toekomst komt daar zeker communicatie met beslissingsondersteunende systemen bij: applicaties die in staat zijn om ‘onder water’, op basis van de gegevens in het patiëntendossier de huisarts te ondersteunen bij het diagnostische of therapeutische proces. Dan komen we in een geheel nieuwe generatie HISsen, namelijk die van ‘intelligente’ systemen. De eerste proeven daarmee worden door het NHG genomen.

U zult misschien denken: waarom is dat nou nodig? Een van de redenen is dat goed gearchiveerde data het mogelijk moeten maken om op basis van voorgeschiedenis en ziektegegevens van de familie, de huisarts te helpen bij het stellen van juist de minder vaak voorkomende, en daardoor a priori onwaarschijnlijke, aandoeningen. Omdat in de komende tien tot twintig jaar parttime werken van artsen net zo normaal zal worden als elders in de maatschappij, zal de dokter niet van iedere patiënt de hele levensgeschiedenis kennen, laat staan de bijzonderheden van de familie. Zolang die gegevens nog als platte tekst worden ingevoerd, kunnen HISsen daar niets mee. Systematische dossiervoering wordt steeds belangrijker naarmate er meer overdrachtsmomenten in de zorg zijn. Wil de huisarts zijn centrale rol in de zorg blijven waarmaken, dan is ondersteuning door slimme ICT essentieel. Dat vereist wel veel meer gestandaardiseerde invoer van gegevens. De eerste proef op het gebied van goede dossiervoering zal het waarneemdossier zijn. Een dossier dat overigens al in ruim 40 procent van de gevallen op de post ingezien kan worden, maar dat qua gestandaardiseerde inhoud nog wel verbeterd kan worden.

De toekomstige eisen aan de intelligentie van de HISsen zullen niet door één leverancier zelf ontwikkeld kunnen worden. De koppelbaarheid met externe applicaties wordt daardoor een vanzelfsprekende ontwikkeling. Daarin volg ik de door Braaksma voorziene ontwikkeling van HISsen: zich beperkend tot de kern van het medische verslag, maar verder evoluerend tot geïntegreerd koppelbaar zijn met allerlei goede applicaties.

KEUZE MOGELIJK MAKENNaast het organiseren van een breed, onlinegebruikersoordeel en het uitzetten van een door de beroepsgroep gedragen koers op basis van prioriteiten, is een derde speerpunt van de LHV het formuleren van normen en eisen voor diverse HIS-gerelateerde zaken. Dit om de gebruiker in staat te stellen om te kiezen op basis van goede en praktisch bruikbare, algemene normen. Daarbij valt te denken aan basisnormen voor veiligheid en betrouwbaarheid van systemen, normen voor onderhoud- en updateprocedures en normen op het gebied van contracten met leveranciers en huisartsenposten. Allemaal zaken die het LHV-leden mogelijk maken een verstandige keuze te maken bij de aanschaf van een HIS. Een keuze die de huisarts inmiddels niet meer alleen kan nemen. Als men echt rekening wil houden met de toekomst moet dat in nauwe samenspraak met de collega's met wie men samenwerkt.

Al deze zaken worden in samenspraak met het NHG en de gebruikersverenigingen ontwikkeld. Zoals Riemeijer terecht constateert, was er tot voor kort sprake van onvoldoende afstemming en samenwerking tussen de diverse huisartsenvertegenwoordigers. Ook daarom is de LHV met het NHG en de gebruikers een gezamenlijk overleg gestart om ervoor te zorgen dat die koers breed gedragen, duidelijk en herkenbaar is voor alle huisartsen. Dat dat succesvol kan zijn laat ook de door de beroepsgroep ontwikkelde set diabetesindicatoren zien. Dit alles moet ertoe leiden dat de terechte wensen en vragen uit het veld niet blijven steken in het gesprek tussen één leverancier en één gebruikersvereniging, maar dat zaken die de ICT van iedere huisartsenpraktijk aangaan door elke HIS-leverancier gekend worden. Alleen zo'n koers zal ertoe kunnen leiden dat leveranciers kunnen en willen investeren. U kunt de LHV en daarmee uzelf een dienst bewijzen door deel te nemen aan het onlinepanel als u daarvoor benaderd wordt.

Literatuur

1.Lou Braaksma. Een echte doorbraak vraagt om revolutie. SynthesHis 2007;2(6):8-9.
2.Menno Riemeijer. Evolutie of revolutie? Over HIS-onvrede. SynthesHis 2007:3(6):26-7.
3.Jur Kingma. Enige kerstgedachten over revolutie en evolutie. SynthesHis 2007;4(6):30-1.

naar boven

");