|
| ||||
| ||||
|
|
Wat staat er met betrekking tot de huisartsautomatisering voor 2008 op de agenda? De voorzitter van NedHis, Menno Riemeijer zet het op een rijtje. Er zijn enkele trends waarneembaar in de huisartsautomatisering. Zo is het declaratieverkeer in sneltreinvaart vrijwel geheel elektronisch geworden. Het is niet volmaakt, en er zijn nog steeds de nodige kinderziekten, maar de voortgang is onmiskenbaar. Daarnaast ervaart de beroepsgroep in toenemende mate de noodzaak tot het uitwisselen van dossiers voor de waarneming. Steeds meer huisartsen werken samen en het aantal solopraktijken neemt gestaag af. Er is toenemend sprake van hulppersoneel en steeds meer huisartsen werken parttime. Ten slotte raken de pakketten in functionele zin voltooid. HISsen worden daarmee eenvormiger en er zullen de komende paar jaren geen grote aanpassingen meer plaatsvinden. De consensus binnen de beroepsgroep op deze terreinen lijkt toe te nemen. Winst lijkt de komende jaren vooral te halen door een sterkere positie van de huisartsen-ICT binnen de zorg in zijn geheel. Om die winst te kunnen incasseren wordt samenwerking tussen de diverse partijen die actief zijn op het gebied van de huisartsen-ICT steeds belangrijker. De LHV voor het scheppen van randvoorwaarden en het declaratieverkeer, het NHG voor referentiemodel, toetsing, beveiliging, standaarden, en last but not least NedHis voor de wijze waarop deze zaken in de pakketten kunnen worden ingebouwd en de onderlinge afstemming daarin. Ik ga hier nader in op enkele belangrijke punten, waarbij ik voor het gemak vanuit het NedHis-perspectief kijk. SAMENWERKING MET DE LHV Ten eerste de LHV en de vergoeding voor het GBZ (Goed Beheerd Zorgsysteem). Het lijkt erop dat het NedHis-plan waarbij er een relevant bedrag beschikbaar komt voor een modale praktijk als alle patiënten in de jaren 2008 en 2009 bij het LSP worden aangemeld, doorgang zal vinden. Hiermee wordt de overgang van HIS naar GBZ gefaciliteerd. De LHV onderhandelt de details verder uit. De HIS-leveranciers dienen flinke aanpassingen te realiseren om hun HIS GBZ-proof te maken en gecertificeerd te worden. Samen met de LHV wordt het EPD-overdrachts-bericht, vroeger het verhuisbericht genaamd, geïmplementeerd. Interessant is het om te kijken of er een koppeling met de ION-database (inschrijving op naam) kan worden gemaakt. Het verhuizen van de patiënt binnen de ION zou dan gepaard kunnen gaan met een elektronisch verzonden dossier. Er zijn al belangrijke stappen gezet voor de introductie van de ION, eveneens samen met de LHV. Het wachten is op de invoering van het BSN (burgerservicenummer) in de zorg. De HISsen dienen uiteraard te zorgen voor functionaliteit die het werken met de ION-database mogelijk maakt. Dit omvat het initieel uploaden van het bestand, het kunnen aanmaken van een aanmeldbericht en ten slotte het kunnen uitvoeren van een bestandsvergelijking tussen ION en HIS. Verder wordt samen met de LHV de haalbaarheid van een geneesmiddelenbestand voor huisartsen onderzocht. Door diverse partijen wordt het als een anachronisme ervaren dat Z-Index geen publiek domein is, maar volledig wordt beheerst door één partij: de KNMP. Veel van de samenwerkingsmodellen die er in de zorg zijn gaan uit van een gezamenlijk geneesmiddelenbestand. De vraag is dan ook of de verschillende partijen bereid zijn om tot een gezamenlijk beheerd bestand te komen. Op het gebied van het declaratieverkeer zijn de afgelopen jaren belangrijke vorderingen gemaakt: elektronisch declareren is gemeengoed geworden. Voorwaarde hiervoor is echter een verregaande mate van standaardisatie. We zien nog steeds dat verzekeraars in hun nieuwe contracten weer andere regeltjes verzinnen, waarbij niet is nagedacht over de implementatie of men niet de moeite heeft genomen na te denken over de aanleverende zijde. Zeker voor de apotheekhoudende huisartsen, die niet altijd zelf aan de onderhandelingstafel zitten, is het steeds weer afwachten wat er nu weer uitrolt. Om te zorgen dat nieuwe aanpassingen niet tot nieuwe problemen leiden, is een betere afstemming door alle betrokkenen noodzakelijk. Daarbij is de LHV een belangrijke partner. De LHV heeft een rekenmodel voor het ondernemingsplan opgesteld, maar loopt tegen het probleem aan dat de input niet eenduidig uit de HISsen is te destilleren. Bezien moet worden in hoeverre de parameters relevant zijn en hoe de huisarts de gegevens simpel van HIS in rekenmodel kan krijgen. Aansluitend is het ook zeer wenselijk om een uniform jaarverslag te definiëren. SAMEN MET HET NHG De NEN heeft een verregaande set eisen opgesteld die ervoor moet zorgen dat de automatisering in huisartsenpraktijken beveiligd is tegen indringers. ASP'ers hebben die verantwoordelijkheid voor een deel buiten de deur gelegd, maar zullen ook binnen de praktijkorganisatie de nodige zaken moeten regelen. Samen met het NHG wordt gewerkt aan een bruikbare set voor de beveiliging van de praktijkautomatisering De NPCF (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie) heeft veel belangstelling voor de toegang van de patiënt tot het HIS waarin zijn gegevens zijn opgeslagen. De vraag doet zich echter voor hoe een huisarts er zeker van kan zijn dat degene die toegang wil tot het HIS ook werkelijk de persoon is voor wie hij zich uitgeeft. Is de DigiD daarin voldoende? Of de nog in ontwikkeling zijnde eNik (elektronische Nederlandse identiteitskaart)? Voor we in HISsen dat soort zaken realiseren willen we graag samen met het NHG vaststellen wat veilig en verantwoord is. Steeds meer HISsen kennen de moderne structuur van episodes. Een huisarts gaat echter niet vanzelf van zijn huidige automatisering over op de nieuwe episodegerichte registratie. Daarvoor zijn veel handige tools binnen de HISsen nodig die deze nieuwe manier van werken faciliteren. Het vergt ook veel scholing in ADEMD, adequaat EMD-gebruik. Dit wordt samen met het NHG opgepakt en door diverse verzekeraars als een M&I-verrichting gefaciliteerd. We hebben met zijn allen vastgesteld dat we geen gegevens in ons HIS vast willen leggen én tevens in een categorale module, zoals de diabetesmodules. Om dat waar te kunnen maken is het wel van belang dat onze HISsen voldoende functionaliteit bieden. De diabetesuitspoel die we samen met het NHG hebben gerealiseerd, draagt daartoe bij. Een ander punt vormt de protocollaire ondersteuning van de praktijkondersteuner. Daarbij hebben we het NHG nodig. Samen met NHG en AISsen wordt er gewerkt aan de aanpassing van Tabel 25, de voorschriftentabel. Hoe vreemd het ook mag klinken, maar nog steeds is er discussie over 3d1t of 3d1. Dit belemmert een goede communicatie tussen huisarts en apotheek, en is dus erg storend. Deze processen lopen al jaren en we proberen nu vanuit de gebruikerskant een doorbraak teweeg te brengen. Een nieuwe ontwikkeling vormt de introductie van de consultondersteuning door alerts die de dokter attent maken op werkafspraken, protocollen en standaarden. Dit wordt vormgegeven in de HISsen. De inhoud van die alerts dient door een autoriteit te worden vastgesteld en daarvoor is samenwerking met het NHG noodzakelijk. U hebt het misschien nog niet gemerkt, maar sinds 2005 is er een nieuw referentiemodel voor onze HISsen. Deze standaard stond zover af van wat de huidige HISsen bieden dat er van implementatie nog weinig is gekomen. Jammer, want het is van groot belang dat de HISsen op eenzelfde leest geschoeid blijven, zodat een goede onderlinge uitwisseling mogelijk is. Met het NHG wordt gewerkt aan aanpassingen van het referentiemodel. Vervolgens dienen afspraken gemaakt te worden over de implementatie. Voor diabetes is al een set output-indicatoren samengesteld en een aantal HISsen kan die inmiddels ook uitspoelen. Verwacht wordt dat andere chronische problemen zullen volgen: astma en COPD, cardiovasculair risico, primaire preventie. Hier is een nauwe samenwerking met het NHG nodig, want wat zijn relevante indicatoren die wat zeggen over de kwaliteit van de zorg? Berichten moeten worden aangepast aan het BSN, waarbij dit nummer het identificerend kenmerk wordt. Of het nu gaat om het receptbericht, het labbericht of een ontslagbericht – al die berichten dienen van een BSN te worden voorzien, net als de functionaliteit in onze HISsen om die berichten te kunnen herkennen. REGULIER OVERLEG Het moge duidelijk zijn dat er binnen al deze wensen en benodigdheden prioriteiten gesteld moeten worden. De middelen zijn nu eenmaal beperkt. Het is erg plezierig dat die afweging in gezamenlijkheid kan plaatsvinden, nu er een regulier overleg op gang is gekomen tussen NedHIS, de afdeling automatisering van het NHG en de mensen binnen de LHV die verantwoordelijk zijn voor de automatisering. Wilt u reageren? | |||